Citaat | Hoge Raad 30 november 2018
Onder 3.3.1 Hoge Raad 30 november 2018
Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2221.
Onderdeel 1.1 van het middel richt zich tegen het oordeel van het hof in rov. 5.2 en 5.4 dat [eisers] geen merkenrechtelijke beoordeling van hun vordering wensen. Het voert aan dat het hof aldus een onbegrijpelijke uitleg aan de gedingstukken heeft gegeven. [eisers] hebben gesteld dat het merkenrecht niet ten grondslag ligt aan hun vordering omdat zij niet gerechtigd zijn tot het merk DUNGS. Daaruit volgt niet dat zij wilden dat hun betwisting van het door Karl Dungs op een beweerde merkinbreuk gestoelde verweer buiten beschouwing zou blijven. Onderdeel 1.2 betoogt dat nu de door Karl Dungs gestelde merkinbreuk door [eisers] gemotiveerd is betwist, het hof in rov. 5.4 niet tot de conclusie had kunnen komen dat “derhalve” niet kan worden vastgesteld dat van een merkinbreuk door [eisers] geen sprake is en dat “gelet hierop” dus niet kan worden vastgesteld dat Karl Dungs door het aan zich doen overdragen van de domeinnaam onrechtmatig handelt of ongerechtvaardigd wordt verrijkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cedcae87a61000f88a359e9adb2533d8acb88095c5abc7ab7fbc01c4fc13d261. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cedcae87a61000f88a359e9adb2533d8acb88095c5abc7ab7fbc01c4fc13d261, en de alinea staat in dat document op bytes 14965 tot 15976.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cedcae87a61000f88a359e9adb2533d8acb88095c5abc7ab7fbc01c4fc13d261 | shasum -a 256