Citaat | Hoge Raad 4 december 2018
Onder 2.2.2. Hoge Raad 4 december 2018
Een alinea uit Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2240.
Ik heb geen idee waarom [verdachte] dit soort berichten over mij op internet zet. Ik heb in mei 2012 duidelijk bij [verdachte] aangegeven dat ik niet gediend was van zijn berichten. Vanaf het voorjaar tot en met medio 2012 waren het meerdere berichten over mij. Onder andere dat ik drugs gebruik en dat ook deed in het bijzijn van mijn kind. Hierdoor werd ik in een negatief daglicht gesteld. De Facebooknaam van [verdachte] is [verdachte] .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19b42f3f990d2540832af03869df951f0a0040c7940072fde64935120b14b8da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19b42f3f990d2540832af03869df951f0a0040c7940072fde64935120b14b8da, en de alinea staat in dat document op bytes 8799 tot 9253.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/19b42f3f990d2540832af03869df951f0a0040c7940072fde64935120b14b8da | shasum -a 256