Citaat | Hoge Raad 7 december 2018

Onder 3.2.1 Hoge Raad 7 december 2018

Een alinea uit Hoge Raad 7 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2263.

De vrouw heeft aan haar wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat de afwijzing van het uitstelverzoek en de daarvoor gegeven motivering ter zitting van 16 februari 2018 zodanig onbegrijpelijk zijn dat daaruit de schijn van vooringenomenheid ten aanzien van de vrouw volgt (zie de beslissing van de wrakingskamer, rov. 3.1).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce6cedf8ac8998f78e301597979b51b628811f34f02b3d26fcc65529bb443fe6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce6cedf8ac8998f78e301597979b51b628811f34f02b3d26fcc65529bb443fe6, en de alinea staat in dat document op bytes 13267 tot 13602.