Citaat | Hoge Raad 11 december 2018
Onder 2.3.2. Hoge Raad 11 december 2018
Een alinea uit Hoge Raad 11 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2277.
In dit geval heeft de verdachte op de terechtzittingen van 14 mei en 2 juni 2014 een algemeen beroep op een verschoningsrecht gedaan en te kennen gegeven geen enkele gestelde of te stellen vraag te willen beantwoorden. Gelet op hetgeen zojuist is overwogen kwam de verdachte - die diende te worden gehoord over hetgeen hij wist over de moord op [slachtoffer] , een feit ter zake waarvan hij al onherroepelijk was afgestraft - een dergelijk algemeen verschoningsrecht niet op de voet van artikel 219 Sv toe. Het hof ziet geen bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel moeten leiden. Dat het, zoals de verdachte en de raadsman bij herhaling hebben aangevoerd, hier gaat om complexe strafzaken (zie ook onder (d) hiervoor), noopt ook niet tot een andere conclusie en in elk geval niet op basis van hetgeen in dat verband naar voren is gebracht. Daarbij is betrokken dat de verdachte tijdens zijn verhoren als getuige op
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f28ababfc702de041310933d67ce41737cad5103dc36fc3c8f7fb494866471f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f28ababfc702de041310933d67ce41737cad5103dc36fc3c8f7fb494866471f, en de alinea staat in dat document op bytes 29669 tot 30609.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6f28ababfc702de041310933d67ce41737cad5103dc36fc3c8f7fb494866471f | shasum -a 256