Citaat | Hoge Raad 11 december 2018

Onder 2.3.2. Hoge Raad 11 december 2018

Een alinea uit Hoge Raad 11 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2277.

Op de terechtzitting in hoger beroep van 6 februari 2017 is komen vast te staan dat de zuster van de verdachte aangemerkt is geweest als verdachte van medeplichtigheid aan de moord op [slachtoffer] . Hoewel de strafzaak tegen haar op 29 november 2007 onvoorwaardelijk blijkt te zijn geseponeerd, zou nieuwe, haar belastende informatie alsnog tot het instellen van strafvervolging kunnen leiden. Echter, de verdachte kon - gelet op het vooroverwogene - het verschoningsrecht alleen inroepen met betrekking tot vragen die in directe of indirecte zin betrekking hadden op zijn zuster.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f28ababfc702de041310933d67ce41737cad5103dc36fc3c8f7fb494866471f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f28ababfc702de041310933d67ce41737cad5103dc36fc3c8f7fb494866471f, en de alinea staat in dat document op bytes 31570 tot 32164.