Citaat | Hoge Raad 14 december 2018

Onder 3.3.2 Hoge Raad 14 december 2018

Een alinea uit Hoge Raad 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2298.

Volgens onderdeel 1.2.1 heeft het hof ten aanzien van de inkomensverklaring, waarvan [verweerders] hebben erkend dat de handtekeningen daarop van hen zijn, miskend dat dit een onderhandse akte is, die op grond van art. 157 lid 2 Rv ten aanzien van de verklaring van een partij ( [verweerders] ) omtrent hetgeen de akte bestemd is ten behoeve van de wederpartij (Amstelstaete) te bewijzen (het inkomen van [verweerders] ), dwingend bewijs oplevert van de waarheid van die verklaring. Daarom rust volgens dit onderdeel op [verweerders] de bewijslast van hun stelling dat de inkomensverklaring door een ander is ingevuld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de02ebac48fb2d5cb332ad9e0f46a905688a6e0750b7dd6aa5c35e2a2e945227. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de02ebac48fb2d5cb332ad9e0f46a905688a6e0750b7dd6aa5c35e2a2e945227, en de alinea staat in dat document op bytes 24350 tot 24981.