Citaat | Hoge Raad 14 december 2018

Onder 3.3.3 Hoge Raad 14 december 2018

Een alinea uit Hoge Raad 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2298.

Het onderdeel faalt. Overeenkomstig art. 157 lid 2 Rv levert de inkomensverklaring, behoudens tegenbewijs, dwingend bewijs op van de juistheid van de daarin vermelde inkomens. Bewijslevering omtrent de juistheid van de vermelde inkomens is in dit geding echter niet aan de orde, nu tussen partijen vaststaat dat onjuiste inkomensgegevens waren vermeld. De dwingende bewijskracht van de inkomensverklaring strekt zich niet uit tot het door Amstelstaete (in het kader van haar beroep op verjaring en op fraude) gestelde en door [verweerders] betwiste feit dat [verweerders] al in 2006 wisten dat onjuiste inkomensgegevens waren ingevuld. Amstelstaete heeft immers niet gesteld – en het ligt ook niet voor de hand – dat de akte bestemd was om ten behoeve van haar te bewijzen dat [verweerders] in 2006 wetenschap hadden van die onjuistheid of van de overkreditering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de02ebac48fb2d5cb332ad9e0f46a905688a6e0750b7dd6aa5c35e2a2e945227. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de02ebac48fb2d5cb332ad9e0f46a905688a6e0750b7dd6aa5c35e2a2e945227, en de alinea staat in dat document op bytes 25054 tot 25934.