Citaat | Hoge Raad 14 december 2018
Onder 3.3 Hoge Raad 14 december 2018
Een alinea uit Hoge Raad 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2305.
In geval een van partijen het niet met de beslissing van het UWV eens is, bestaat verschil van mening over de hoogte van de transitievergoeding en zal zowel de werknemer op grond van de artikelen 7:686a lid 4 sub b BW jo 7:673 lid 1 BW als de werkgever op grond van de artikelen 7:686a lid 4 sub b BW jo 7:673d BW binnen 3 maanden nadat de arbeidsovereenkomst is geëindigd de kantonrechter hebben te verzoeken de hoogte van de transitievergoeding te bepalen. Veelal zullen beide verzoeken bij dezelfde rechtbank worden ingediend, zodat beide verzoeken kunnen worden gevoegd. In geval de werknemer nalaat zo’n verzoek in te dienen, heeft de werkgever bij zijn verzoek geen belang (meer) en zal de werkgever niet ontvankelijk worden verklaard. In geval de werkgever nalaat een verzoek in te dienen, kan het verzoek van de werknemer worden toegewezen zonder dat vanwege de vervaltermijn acht behoeft te worden geslagen op de uitzonderingen op artikel 7:673 lid 2 BW, waaronder artikel 7:673d BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4471742e3a85e3fe15891da19779b48a2d868a4ac399671b364d3139a97bc31e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4471742e3a85e3fe15891da19779b48a2d868a4ac399671b364d3139a97bc31e, en de alinea staat in dat document op bytes 11686 tot 12720.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4471742e3a85e3fe15891da19779b48a2d868a4ac399671b364d3139a97bc31e | shasum -a 256