Citaat | Hoge Raad 14 december 2018
Onder 3.6.2 Hoge Raad 14 december 2018
Een alinea uit Hoge Raad 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2305.
Toepassing van de overbruggingsregeling door de rechter is pas aan de orde als de werknemer bij de rechter aanspraak maakt op een transitievergoeding. Als de werkgever alleen binnen de vervaltermijn van drie maanden een beroep op de overbruggingsregeling zou kunnen doen, loopt hij het risico dat de werknemer kort voor het verstrijken van de vervaltermijn een procedure begint, waardoor een beroep op de overbruggingsregeling binnen de vervaltermijn niet meer mogelijk is. De werkgever zou zich hierdoor gedwongen kunnen zien binnen de vervaltermijn zekerheidshalve zelf een procedure te beginnen, om een verklaring voor recht te verkrijgen dat hij aan de voorwaarden voor de overbruggingsregeling voldoet. Dat zou in de hand werken dat onnodig procedures over de transitievergoeding worden gevoerd, zelfs in gevallen waarin nog onduidelijk is of tussen partijen een geschil bestaat. Het is niet aannemelijk dat dit door de wetgever is beoogd. Dit zou bovendien haaks staan op de doelstelling van de Wet werk en zekerheid om het ontslagstelsel eenvoudiger, sneller en minder kostbaar te maken (Kamerstukken II 2013/14, 33818, nr. 3, p. 5).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4471742e3a85e3fe15891da19779b48a2d868a4ac399671b364d3139a97bc31e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4471742e3a85e3fe15891da19779b48a2d868a4ac399671b364d3139a97bc31e, en de alinea staat in dat document op bytes 21682 tot 22835.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4471742e3a85e3fe15891da19779b48a2d868a4ac399671b364d3139a97bc31e | shasum -a 256