Citaat | Hoge Raad 14 december 2018

Onder 2.5.3. Hoge Raad 14 december 2018

Een alinea uit Hoge Raad 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2308.

In artikel 10f, lid 2, Uitvoeringsbesluit was bepaald dat een gewezen inhoudingsplichtige die op 31 maart van het kalenderjaar niet meer inhoudingsplichtig is, de crisisheffing verschuldigd is over het in het voorafgaande kalenderjaar betaalde loon. Het middel werpt de vraag op of deze bepaling aldus kan worden uitgelegd dat ook de gewezen inhoudingsplichtige, die op het inhoudingstijdstip (in dit geval 31 maart 2014) geen bestaande rechtspersoon is tot wie personen in dienstbetrekking staan, als inhoudingsplichtige kan worden aangemerkt. Bevestigende beantwoording van die vraag zou een verruiming van het begrip inhoudingsplichtige ten opzichte van artikel 6 Wet LB zijn, omdat, zoals in 2.5.2 is overwogen, volgens dat artikel een niet bestaande rechtspersoon tot wie geen personen in dienstbetrekking staan, niet inhoudingsplichtig kan zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/780beee1a73062a296bb117183921e9c42c01bd260f0c35565c11c09ef54a8f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 780beee1a73062a296bb117183921e9c42c01bd260f0c35565c11c09ef54a8f8, en de alinea staat in dat document op bytes 9733 tot 10597.