Citaat | Hoge Raad 14 december 2018

Onder 5.2.2 Hoge Raad 14 december 2018

Een alinea uit Hoge Raad 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2322.

Deze klacht en het daardoor bestreden oordeel van het hof moeten worden begrepen tegen de achtergrond van het verweer van [verweersters] dat art. 44 cao GN nietig is omdat de daaruit voortvloeiende verplichting voor [verweersters] een ongeoorloofde belemmering vormt van de vrijheid van dienstverrichting (art. 56 VWEU). Het hof heeft overwogen dat het in beginsel de opvatting van [verweersters] deelt dat, indien een verplichting als bedoeld in art. 44 cao GN uitsluitend is opgenomen in een niet algemeen verbindend verklaarde cao, sprake is van een ongeoorloofde belemmering van de vrijheid van dienstverrichting (rov. 3.14.2). Nu echter de cao Beroepsgoederenvervoer wel algemeen verbindend is verklaard, de beide cao’s vrijwel gelijkluidend zijn, en [verweerster 1] vrijstelling heeft gekregen van de toepasselijkheid van de cao Beroepsgoederenvervoer op de grond dat zij viel onder de cao GN, moet de situatie materieel op één lijn worden gesteld met het geval dat de cao GN wel algemeen verbindend zou zijn verklaard (rov. 3.14.4-3.14.6).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/211908f2f5ad14784e74f138bf4cbe5207a88de68b273341822fac1c0539f952. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 211908f2f5ad14784e74f138bf4cbe5207a88de68b273341822fac1c0539f952, en de alinea staat in dat document op bytes 38005 tot 39069.