Citaat | Hoge Raad 18 december 2018
Onder 2.2.3. Hoge Raad 18 december 2018
Een alinea uit Hoge Raad 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2352.
Bij de politie is de verdachte voorgehouden dat een bankafschrift van 25 maart 2008 van zijn bankrekening een salaris laat zien van € 2.724,33. Hem wordt gevraagd of dit zijn gehele salaris is. Verdachte antwoordde daarop dat zijn salaris beduidend hoger is en dat hij naar zijn eerdere verklaring verwijst. Deze eerdere verklaring betreft een schriftelijke verklaring van verdachte die hij tijdens zijn verhoor van 21 november 2008 aan de politie heeft overhandigd. In verband met de hem toegebrachte schade als gevolg van een zoeking in zijn kantoor en de daarop volgende schorsing als werknemer heeft verdachte geschreven dat hij de toekomstige inkomsten op grond van zijn partner benoeming per 1 juli 2009 misloopt en dat hij 'normaal' over het afgelopen jaar een bonus van € 50.000,- ontvangt. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft verdachte verklaard dat de bonus tussen € 30.000 en € 50.000,-- per jaar bedraagt en dat hij al zijn geld op een bank in Nederland kreeg gestort, maar wel eens geld naar de bank of de kluis in België bracht. Ten slotte heeft verdachte ter terechtzitting in hoger beroep een kopie salarisstrook van december 2008 (ruim twee jaar na aankoop van de boot derhalve) overgelegd waarop een maandsalaris van € 6.661,-- bruto staat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dea2b35045e8ed0ebc1ffa7060114c77291c9bb80d72c97ec144d47247a23b50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dea2b35045e8ed0ebc1ffa7060114c77291c9bb80d72c97ec144d47247a23b50, en de alinea staat in dat document op bytes 17081 tot 18382.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dea2b35045e8ed0ebc1ffa7060114c77291c9bb80d72c97ec144d47247a23b50 | shasum -a 256