Citaat | Hoge Raad 18 december 2018

Onder 2.3.3. Hoge Raad 18 december 2018

Een alinea uit Hoge Raad 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2352.

Indien de door het openbaar ministerie aangedragen feiten en omstandigheden een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat zo een verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dea2b35045e8ed0ebc1ffa7060114c77291c9bb80d72c97ec144d47247a23b50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dea2b35045e8ed0ebc1ffa7060114c77291c9bb80d72c97ec144d47247a23b50, en de alinea staat in dat document op bytes 21256 tot 21831.