Citaat | Hoge Raad 18 december 2018

Onder 2.4. Hoge Raad 18 december 2018

Een alinea uit Hoge Raad 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2352.

Het oordeel van het Hof dat de verdachte geen concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over de herkomst van de geldbedragen, is niet zonder meer begrijpelijk, nu de verdachte met een concrete verwijzing naar zijn inkomsten uit arbeid heeft gesteld dat de geldbedragen een legale herkomst hadden. Dat wordt niet anders door de vaststelling van het Hof dat de verdachte, ondanks een door hem gedane toezegging, geen relevante stukken heeft overgelegd, nu die enkele omstandigheid niet afdoet aan de door de verdachte gegeven verklaring en de mogelijkheid daarnaar nader onderzoek te doen. Mede gelet op hetgeen het Hof in zijn overwegingen overigens heeft vastgesteld, is de bewezenverklaring voor zover inhoudend dat de geldbedragen "afkomstig waren uit enig misdrijf", niet toereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dea2b35045e8ed0ebc1ffa7060114c77291c9bb80d72c97ec144d47247a23b50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dea2b35045e8ed0ebc1ffa7060114c77291c9bb80d72c97ec144d47247a23b50, en de alinea staat in dat document op bytes 22530 tot 23393.