Citaat | Hoge Raad 21 december 2018
Onder 3.5.1 Hoge Raad 21 december 2018
Een alinea uit Hoge Raad 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2370.
Onderdeel 1.4 voert aan dat het hof heeft miskend dat van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling in de zin van art. 2:248 lid 1 BW slechts sprake kan zijn indien de bestuurder heeft gehandeld met de objectieve wetenschap dat schuldeisers van de vennootschap zullen worden benadeeld, althans dat de afwezigheid van die objectieve wetenschap een van de omstandigheden is waaruit kan volgen dat geen sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling. In dit verband is het hof onvoldoende kenbaar ingegaan op de stelling van [eiser] dat hij de schuldeisers juist heeft willen beschermen tegen het door de vennootschap verder aangaan of verder doen oplopen van onverhaalbare schulden, aldus het onderdeel .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7faac63e9824f21fea4518e35b62b6dff06c8fa464e73a3a2890b915ff1c03c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7faac63e9824f21fea4518e35b62b6dff06c8fa464e73a3a2890b915ff1c03c4, en de alinea staat in dat document op bytes 22417 tot 23177.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7faac63e9824f21fea4518e35b62b6dff06c8fa464e73a3a2890b915ff1c03c4 | shasum -a 256