Citaat | Hoge Raad 21 december 2018

Onder 4 Hoge Raad 21 december 2018

Een alinea uit Hoge Raad 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2377.

4.1.2 Ingevolge art. 10:101 lid 1 BW in verbinding met art. 10:100 lid 1 BW worden in het buitenland tot stand gekomen rechtsfeiten of rechtshandelingen waarbij familierechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld of gewijzigd, die zijn neergelegd in een door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften opgemaakte akte, in Nederland van rechtswege erkend. Voor zover in deze zaak van belang wordt erkenning slechts geweigerd indien deze kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde (art. 10:100 lid 1, aanhef en onder c, BW). Deze weigeringsgrond doet zich op grond van art. 10:101 lid 2, aanhef en onder a, BW onder meer voor indien de erkenning is verricht door een Nederlander die naar Nederlands recht niet bevoegd zou zijn het kind te erkennen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0db7c0172ecccc4209c744164bc42018e7d01bfed823676f5df7369662c95fbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0db7c0172ecccc4209c744164bc42018e7d01bfed823676f5df7369662c95fbd, en de alinea staat in dat document op bytes 14534 tot 15321.