Citaat | Hoge Raad 21 december 2018
Onder 3.2.3 Hoge Raad 21 december 2018
Een alinea uit Hoge Raad 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2379.
Het hof zal over de kwestie of art. 1:94 BW een niet-gerechtvaardigd onderscheid maakt een voorlopig oordeel geven en alvorens definitief te beslissen partijen in de gelegenheid stellen zich over dit voorlopige oordeel uit te laten. Nederland neemt met het stelsel waarin erfrechtelijke verkrijgingen van rechtswege gemeenschappelijk worden, een uitzonderingspositie in. Niet-Nederlandse erflaters zullen er daardoor veelal niet op bedacht zijn dat hetgeen hun erfgenamen bij afwezigheid van een uitsluitingsclausule erven, naar Nederlands recht in de huwelijksgemeenschap valt (en bij echtscheiding deel uitmaakt van het te verdelen vermogen). In Nederlandse testamenten wordt de uitsluitingsclausule vrijwel standaard opgenomen. Er is een wetsvoorstel aanhangig dat inhoudt dat de wettelijke gemeenschap niet automatisch omvat de goederen die krachtens erfopvolging bij versterf worden verkregen, met als doel meer aan te sluiten bij de internationaal gangbare situatie. (rov. 7.19.1)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5467aa2ada2eb13fbc2898c81af15b66bcbddf7e9280cf00810853d53b77d97e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5467aa2ada2eb13fbc2898c81af15b66bcbddf7e9280cf00810853d53b77d97e, en de alinea staat in dat document op bytes 10687 tot 11686.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5467aa2ada2eb13fbc2898c81af15b66bcbddf7e9280cf00810853d53b77d97e | shasum -a 256