Citaat | Hoge Raad 21 december 2018
Onder 3.2.3 Hoge Raad 21 december 2018
Een alinea uit Hoge Raad 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2379.
In HR 10 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:276 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het gerechtshof in die zaak terecht heeft onderzocht of toepassing van art. 1:94 lid 2 BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daaruit volgt niet dat in een voorliggend geschil geen plaats meer zou zijn voor een toetsing van art. 1:94 lid 2 BW aan het EVRM. Evenmin valt uit dat arrest af te leiden dat de Hoge Raad zich op de een of andere manier over de verenigbaarheid met het EVRM heeft uitgesproken. (rov. 14.4)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5467aa2ada2eb13fbc2898c81af15b66bcbddf7e9280cf00810853d53b77d97e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5467aa2ada2eb13fbc2898c81af15b66bcbddf7e9280cf00810853d53b77d97e, en de alinea staat in dat document op bytes 13355 tot 13892.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5467aa2ada2eb13fbc2898c81af15b66bcbddf7e9280cf00810853d53b77d97e | shasum -a 256