Citaat | Hoge Raad 21 december 2018
Onder 3.3.3 Hoge Raad 21 december 2018
Een alinea uit Hoge Raad 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2379.
De omstandigheid dat op de erfrechtelijke verkrijging van vermogensbestanddelen door een echtgenoot buitenlands recht van toepassing is dat op het punt van het huwelijksvermogensrecht anders luidt dan het Nederlandse recht, kan meebrengen dat het beroep op art. 1:94 lid 2, aanhef en onder a, (oud) BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Op de echtgenoot die zich op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid beroept, rusten de stelplicht en de bewijslast ter zake van de daartoe redengevende feiten en omstandigheden. De enkele omstandigheid dat het op de erfrechtelijke verkrijging toepasselijke buitenlandse recht niet een algehele gemeenschap van goederen als huwelijksvermogensregime kent of tot uitgangspunt neemt, volstaat in dat verband niet. (Zie voor het vorenstaande HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:276.)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5467aa2ada2eb13fbc2898c81af15b66bcbddf7e9280cf00810853d53b77d97e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5467aa2ada2eb13fbc2898c81af15b66bcbddf7e9280cf00810853d53b77d97e, en de alinea staat in dat document op bytes 17417 tot 18294.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5467aa2ada2eb13fbc2898c81af15b66bcbddf7e9280cf00810853d53b77d97e | shasum -a 256