Citaat | Hoge Raad 20 februari 2018

Onder 2.2. Hoge Raad 20 februari 2018

Een alinea uit Hoge Raad 20 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:247.

Ik, [verbalisant 1] , sprak een voor mij onbekende mannelijke passagier aan en vroeg of hij iets had aan te geven voor de douane. De passagier antwoordde mij het volgende: "Nee." Uit de man zijn paspoortgegevens bleek het te gaan om [verdachte] , geboren op [geboortedatum] -1961 te [geboorteplaats] . Ik vroeg [verdachte] wat hij ging doen in Panama. Wij verbalisanten hoorden hem zeggen: "Ik ga een partij garnalen kopen voor een klant in Griekenland."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de46480e04a7c86c87998b506b2714e28bf323381385f84cefbaa6eea0fc44be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de46480e04a7c86c87998b506b2714e28bf323381385f84cefbaa6eea0fc44be, en de alinea staat in dat document op bytes 8528 tot 8995.