Citaat | Hoge Raad 20 februari 2018
Onder 2.3. Hoge Raad 20 februari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 20 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:247.
In de onderhavige zaak heeft de FIOD naar aanleiding van de verklaring van de verdachte en naar aanleiding van de door de verdachte ter zitting in eerste aanleg op 11 juni 2013 overgelegde stukken nader onderzoek uitgevoerd en daarvan een aanvullend proces-verbaal gedateerd 22 januari 2014 opgemaakt. Samenvattend is de FIOD van oordeel dat het, gelet op de financiële situatie van de verdachte en zijn bedrijven en het feit dat er geen pokeradministratie is overgelegd over de periode 2007 tot en met 2011, niet aannemelijk is dat het contante geldbedrag van (het hof begrijpt) € 44.110 welke op 20 september 2011 bij de verdachte is aangetroffen en waarvan (het hof begrijpt) € 44.000 in beslag is genomen, verkregen is uit zijn bedrijven en/of het pokeren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de46480e04a7c86c87998b506b2714e28bf323381385f84cefbaa6eea0fc44be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de46480e04a7c86c87998b506b2714e28bf323381385f84cefbaa6eea0fc44be, en de alinea staat in dat document op bytes 19704 tot 20482.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de46480e04a7c86c87998b506b2714e28bf323381385f84cefbaa6eea0fc44be | shasum -a 256