Citaat | Hoge Raad 20 februari 2018

Onder 3.2.2. Hoge Raad 20 februari 2018

Een alinea uit Hoge Raad 20 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:247.

De omstandigheid dat in strijd met art. 29, tweede lid, Sv voorafgaand aan een verhoor van de verdachte in het voorbereidend onderzoek ter zake van een aan hem tenlastegelegd feit niet is medegedeeld dat hij niet verplicht is tot antwoorden, levert een vormverzuim op als bedoeld in art. 359a Sv, dat, na een daartoe strekkend verweer, in de regel dient te leiden tot uitsluiting van het bewijs van die verklaring (vgl. HR 16 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5706, NJ 2013/310, rov. 2.4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de46480e04a7c86c87998b506b2714e28bf323381385f84cefbaa6eea0fc44be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de46480e04a7c86c87998b506b2714e28bf323381385f84cefbaa6eea0fc44be, en de alinea staat in dat document op bytes 24693 tot 25191.