Citaat | Hoge Raad 20 februari 2018

Onder 3.3. Hoge Raad 20 februari 2018

Een alinea uit Hoge Raad 20 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:247.

Aan de verwerping van het verweer heeft het Hof als zijn kennelijke oordeel ten grondslag gelegd dat de omstandigheid dat de verbalisanten aan de verdachte vragen hebben gesteld vanwege een douanecontrole, uitsluit dat van een verhoor als bedoeld in art. 29, tweede lid, Sv sprake kan zijn geweest. Dat oordeel is onjuist. Immers, ook bij het aanwenden van controlebevoegdheden door opsporingsambtenaren dienen tegenover een verdachte de aan deze als zodanig toekomende waarborgen in acht te worden genomen, waaronder die van art. 29 Sv (vgl. HR 1 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2454, NJ 2017/84). Het verweer is derhalve verworpen op gronden die de verwerping niet kunnen dragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de46480e04a7c86c87998b506b2714e28bf323381385f84cefbaa6eea0fc44be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de46480e04a7c86c87998b506b2714e28bf323381385f84cefbaa6eea0fc44be, en de alinea staat in dat document op bytes 25314 tot 26020.