Citaat | Hoge Raad 23 februari 2018

Onder 5.2.2 Hoge Raad 23 februari 2018

Een alinea uit Hoge Raad 23 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:270.

De vrouw heeft in appel, in het kader van haar grief tegen de wijze waarop de rechtbank de inboedel heeft verdeeld (grief 11), betoogd dat de rechtbank ten onrechte geen rekening heeft gehouden met verknochtheid en het persoonlijke karakter van bepaalde goederen. De vrouw heeft (als productie 28) lijsten overgelegd, waarop onder meer de “persoonlijke spullen” van de vrouw zijn vermeld. Daarnaast is op deze lijsten een aantal inboedelgoederen aangeduid als “verknocht”. Hierbij gaat het blijkens de bij de desbetreffende inboedelgoederen gegeven toelichting veelal om inboedelgoederen die aan de vrouw geschonken zijn. Uit de toelichting op grief 11 blijkt dat het de vrouw in wezen erom te doen was dat deze inboedelgoederen aan haar zouden worden toegedeeld. Dienovereenkomstig heeft het hof het standpunt van de vrouw in rov. 3.8.1 van de beschikking van 10 juli 2014 als volgt weergegeven: “Voorts wil de vrouw haar persoonlijke goederen, de aan haar verknochte goederen en stelt zij dat de niet in de gemeenschap vallende goederen van de moeder van de vrouw aan haar worden afgegeven.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/70476705fa0af06c85f7e732f781a4814c1e534a6d340f6fcb94c144146b0070. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 70476705fa0af06c85f7e732f781a4814c1e534a6d340f6fcb94c144146b0070, en de alinea staat in dat document op bytes 31934 tot 33052.