Citaat | Hoge Raad 2 maart 2018
Onder 2.4.1. Hoge Raad 2 maart 2018
Een alinea uit Hoge Raad 2 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:290.
Op grond van artikel 1.4 Wmw II is belastingplichtig voor de verhuurderheffing de natuurlijke persoon, de rechtspersoon of de groep die bij aanvang van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft van meer dan tien huurwoningen. Op de voet van artikel 1.2, lid 1, letter e, Wmw II wordt onder huurwoning verstaan een in Nederland gelegen voor verhuur bestemde woning die ingevolge artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken als één onroerende zaak wordt aangemerkt en waarvan de huurprijs niet hoger is dan het bedrag, genoemd in artikel 13, lid 1, letter a, Wht, behoudens hier niet van belang zijnde uitzonderingen. Het in artikel 13, lid 1, letter a, Wht genoemde bedrag is € 710,68. Waar het dus op aankomt, is wat in artikel 1.2, lid 1, letter e, Wmw II onder huurprijs moet worden verstaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/207b98f6885bce0b330d9567cfb5c37d1eb0cc4f25909e1835720478f8ada263. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 207b98f6885bce0b330d9567cfb5c37d1eb0cc4f25909e1835720478f8ada263, en de alinea staat in dat document op bytes 7528 tot 8379.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/207b98f6885bce0b330d9567cfb5c37d1eb0cc4f25909e1835720478f8ada263 | shasum -a 256