Citaat | Hoge Raad 16 maart 2018
Onder 2.4.2. Hoge Raad 16 maart 2018
Een alinea uit Hoge Raad 16 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:303.
Dit betoog faalt. Uit de hiervoor in 2.2 vermelde, in cassatie niet bestreden, vaststelling van het Hof over de oorsprong van de storting, volgt dat het hier gaat om winstbestanddelen waarvan de verwerving en ontvangst geen enkel aanknopingspunt hadden met een ander land dan Nederland. In een zodanig geval kan niet worden gezegd dat die winstbestanddelen zijn opgekomen in het buitenland in de zin van artikel 16, lid 4, AWR. Dit wordt niet anders indien deze bedragen naderhand buiten het zicht van de Nederlandse belastingdienst op een buitenlandse bankrekening worden gestort. Het tijdsverloop tussen de ontvangst van die bedragen en de storting ervan op de buitenlandse bankrekening is in dit verband niet van belang.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da705e988772284e724b55c91fec0490c026ce2065fc04cf52a88d96282b847f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da705e988772284e724b55c91fec0490c026ce2065fc04cf52a88d96282b847f, en de alinea staat in dat document op bytes 11165 tot 11901.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/da705e988772284e724b55c91fec0490c026ce2065fc04cf52a88d96282b847f | shasum -a 256