Citaat | Hoge Raad 6 maart 2018
Onder 3.2. Hoge Raad 6 maart 2018
Een alinea uit Hoge Raad 6 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:305.
hij in de periode van 7 oktober 2014 tot en met 6 februari 2015 te Utrecht, één bestelformulier, - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk voornoemd bestelformulier ondertekend met de naam [betrokkene 1] en het adres [a-straat 1] te Utrecht vermeld, niet zijnde de naam en het adres van hem, verdachte, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00d93cd02f3fb06796e4370fca2dd72e4f7082109e6cc8f0fb02b7397e103806. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00d93cd02f3fb06796e4370fca2dd72e4f7082109e6cc8f0fb02b7397e103806, en de alinea staat in dat document op bytes 8325 tot 8861.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00d93cd02f3fb06796e4370fca2dd72e4f7082109e6cc8f0fb02b7397e103806 | shasum -a 256