Citaat | Hoge Raad 6 maart 2018

Onder 3.5. Hoge Raad 6 maart 2018

Een alinea uit Hoge Raad 6 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:305.

Het Hof heeft, door te overwegen dat de benadeelde partij in zoverre niet in haar vordering kan worden ontvangen en dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen, kennelijk geoordeeld dat de beantwoording van de vraag of de gevorderde immateriële schade rechtstreeks is toegebracht door de onder 6 tot en met 9 bewezenverklaarde strafbare feiten een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert als bedoeld in art. 361, derde lid, Sv. Aldus verstaan is dat oordeel, mede gelet op de omstandigheid dat het bij die feiten telkens gaat om door de verdachte ten onrechte uit naam van de benadeelde partij geuite bedreigingen en beledigingen van anderen dan de benadeelde partij, niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Het middel faalt in zoverre.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00d93cd02f3fb06796e4370fca2dd72e4f7082109e6cc8f0fb02b7397e103806. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00d93cd02f3fb06796e4370fca2dd72e4f7082109e6cc8f0fb02b7397e103806, en de alinea staat in dat document op bytes 21405 tot 22204.