Citaat | Hoge Raad 12 januari 2018
Onder 3.4.3 Hoge Raad 12 januari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 12 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:31.
De omstandigheid dat bij de Nederlandse rechter geen echtscheidingsprocedure tussen de vrouw en de man aanhangig is of kan worden gemaakt, staat niet in de weg aan de hiervoor in 3.4.2 bedoelde bevoegdheid van de Nederlandse rechter op grond van art. 8 lid 1 Verordening Brussel II-bis. Evenmin staat daaraan in de weg dat het stelsel van art. 827 lid 1, aanhef en onder c, Rv in verbinding met art. 1:251a lid 2 BW berust op het uitgangspunt dat voorzieningen betreffende, onder meer, “het gezag over, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over, de vaststelling van de hoofdverblijfplaats van of de omgang met, de informatie en raadpleging over (…) minderjarige kinderen van de echtgenoten” als ‘nevenvoorziening’ kunnen worden getroffen door de rechter die de echtscheiding uitspreekt. De Nederlandse rechter die op grond van art. 8 lid 1 Verordening Brussel II-bis bevoegd is om kennis te nemen van een verzoek met betrekking tot de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind, kan zijn beslissing op dat verzoek aanhouden in afwachting van de uitkomst van een bij een buitenlandse rechter aanhangige of aanhangig te maken echtscheidingsprocedure, dan wel aan zijn beslissing voorwaarden verbinden die verband houden met een in het buitenland uit te spreken echtscheiding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/78149e533e9d1d68a47302e22af1a096f72f59c1b163dcd703f0b9bab08dfbf8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 78149e533e9d1d68a47302e22af1a096f72f59c1b163dcd703f0b9bab08dfbf8, en de alinea staat in dat document op bytes 17189 tot 18496.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/78149e533e9d1d68a47302e22af1a096f72f59c1b163dcd703f0b9bab08dfbf8 | shasum -a 256