Citaat | Hoge Raad 12 januari 2018
Onder 3.5 Hoge Raad 12 januari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 12 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:31.
De omstandigheid dat de man, reeds voordat de vrouw haar echtscheidingsverzoek met nevenvoorzieningen bij de rechtbank indiende, in India een echtscheidingsprocedure en een (aanvullende) gezagsprocedure aanhangig heeft gemaakt (zie hiervoor in 3.1 onder (vi)), leidt niet tot een geval van litispendentie als bedoeld in art. 19 lid 2 Verordening Brussel II-bis, aangezien geen sprake is van procedures die aanhangig zijn bij gerechten van verschillende lidstaten. Aan hetgeen met betrekking tot litispendentie is bepaald in art. 13 Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (Trb. 1997, 299), komt in dit geval reeds geen betekenis toe nu India geen partij is bij dat verdrag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/78149e533e9d1d68a47302e22af1a096f72f59c1b163dcd703f0b9bab08dfbf8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 78149e533e9d1d68a47302e22af1a096f72f59c1b163dcd703f0b9bab08dfbf8, en de alinea staat in dat document op bytes 18597 tot 19447.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/78149e533e9d1d68a47302e22af1a096f72f59c1b163dcd703f0b9bab08dfbf8 | shasum -a 256