Citaat | Hoge Raad 13 maart 2018

Onder 2.2.3. Hoge Raad 13 maart 2018

Een alinea uit Hoge Raad 13 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:318.

"Uit de bewijsmiddelen kan de volgende gang van zaken worden opgemaakt. [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]) heeft haar woning op donderdag 7 november 2013 schoongemaakt. Zij heeft een zwarte rugzak – met daarin sportkleding – van haar (toenmalige) vriend [betrokkene 1] opgeruimd en in haar kast gelegd. Er lagen toen geen harddrugs in de woonkamer of in de zwarte rugzak van [betrokkene 1]. In de zeer vroege ochtend van vrijdag 8 november 2013 komen [betrokkene 1], [betrokkene 3] en verdachte gezamenlijk aan in de woning van [betrokkene 2], waarna [betrokkene 3] en verdachte in de woonkamer gaan slapen en [betrokkene 1] in de slaapkamer bij [betrokkene 2].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03052f44b9ac7163be38f4192b61fc994ba1db2d47edcbf580104e326f9bde91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03052f44b9ac7163be38f4192b61fc994ba1db2d47edcbf580104e326f9bde91, en de alinea staat in dat document op bytes 15109 tot 15793.