Citaat | Hoge Raad 13 maart 2018

Onder 2.2.4. Hoge Raad 13 maart 2018

Een alinea uit Hoge Raad 13 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:318.

21) Over het voorhanden hebben van drugs op de dag van de aanhouding, feit 2, merk ik nog op dat vast staat dat cliënt sliep op het moment van de aanhouding. Hij heeft verklaard niet van de drugs af te weten, hij logeerde af en toe op het adres van [betrokkene 2] en cliënt gebruikte zelf softdrugs, geen harddrugs. Er is voorts geen enkel objectief bewijs voorhanden dat wijst op het voorhanden hebben van deze drugs door cliënt noch op wetenschap van de aanwezigheid van drugs. Ik verzoek u dan ook cliënt vrij te spreken van de beide ten laste gelegde feiten."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03052f44b9ac7163be38f4192b61fc994ba1db2d47edcbf580104e326f9bde91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03052f44b9ac7163be38f4192b61fc994ba1db2d47edcbf580104e326f9bde91, en de alinea staat in dat document op bytes 18480 tot 19060.