Citaat | Hoge Raad 13 maart 2018

Onder 2.2.3. Hoge Raad 13 maart 2018

Een alinea uit Hoge Raad 13 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:321.

Dit geldt niet voor het begrip ꞌverbergenꞌ. Dit begrip behelst naar zijn aard en gelet op de strekking van art. 151 Sr tevens het ꞌverborgen houdenꞌ. Dit is dus een zogenaamd voortdurend delict, dat pas afloopt zodra het lijk niet meer verborgen wordt gehouden. In dit geval is dat het moment waarop verdachte [verdachte] tegen de politie heeft verteld waar de stoffelijke overschotten van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] waren begraven (18 april 2014), dan wel het moment waarop de stoffelijke overschotten zijn aangetroffen door de politie (6 mei 2014).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e7bfa8b1de25aba170319cbebd4aafb597067421fa88eb93dccf3cfd3a18368. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e7bfa8b1de25aba170319cbebd4aafb597067421fa88eb93dccf3cfd3a18368, en de alinea staat in dat document op bytes 9777 tot 10356.