Citaat | Hoge Raad 13 maart 2018
Onder 2.3. Hoge Raad 13 maart 2018
Een alinea uit Hoge Raad 13 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:330.
Uit het samenstel van de bepalingen in de art. 278, derde en vierde lid, 329, 330 en 331, eerste lid, Sv, die ingevolge art. 415, eerste lid, Sv in hoger beroep van overeenkomstige toepassing zijn, volgt dat op een verzoek van de verdachte om uitstel van de behandeling als bedoeld in art. 278, derde lid, Sv ter terechtzitting moet worden beslist - nadat het openbaar ministerie omtrent dat verzoek is gehoord - en dat het verzuim om op een dergelijk verzoek te beslissen met nietigheid is bedreigd. Redelijke wetstoepassing brengt mee dat een en ander gelijkelijk geldt indien het gaat om een verzoek tot uitstel dat is gedaan door de op de voet van art. 279, eerste lid, Sv gemachtigde raadsman op de grond dat deze is verhinderd om ter terechtzitting te verschijnen. Ook dan zal het proces-verbaal van de terechtzitting op straffe van nietigheid een uitdrukkelijke en gemotiveerde beslissing op het verzoek dienen te behelzen. Aldus wordt verantwoord op welke wijze de belangen van enerzijds de verdachte, mede gelet op hetgeen voor hem op het spel staat, en anderzijds die van een doelmatige rechtspleging zijn afgewogen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a041ecb0a732bfe7600181c37e4281ec89c07a30f3aa2af0a19d693259bfbb2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a041ecb0a732bfe7600181c37e4281ec89c07a30f3aa2af0a19d693259bfbb2, en de alinea staat in dat document op bytes 9822 tot 10961.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a041ecb0a732bfe7600181c37e4281ec89c07a30f3aa2af0a19d693259bfbb2 | shasum -a 256