Citaat | Hoge Raad 13 maart 2018
Onder 2.3. Hoge Raad 13 maart 2018
Een alinea uit Hoge Raad 13 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:330.
Een en ander neemt niet weg dat om praktische redenen door (de voorzitter van) het gerecht reeds voorafgaande aan de terechtzitting aan degene die om aanhouding verzoekt kan worden kenbaar gemaakt wat het voorlopig oordeel van het gerecht omtrent het verzoek is. De uiteindelijke beslissing dient evenwel steeds ter terechtzitting te worden genomen en in het proces-verbaal van die terechtzitting te worden vastgelegd (vgl. HR 11 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT5663, NJ 2007/454).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a041ecb0a732bfe7600181c37e4281ec89c07a30f3aa2af0a19d693259bfbb2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a041ecb0a732bfe7600181c37e4281ec89c07a30f3aa2af0a19d693259bfbb2, en de alinea staat in dat document op bytes 10971 tot 11465.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a041ecb0a732bfe7600181c37e4281ec89c07a30f3aa2af0a19d693259bfbb2 | shasum -a 256