Citaat | Hoge Raad 16 maart 2018

Onder 2.3. Hoge Raad 16 maart 2018

Een alinea uit Hoge Raad 16 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:359.

Op 26 juli 2004 heeft erflater een bedrag van € 49.950, op 28 februari 2006 een bedrag van € 150.000 en op 26 februari 2007 een bedrag van € 170.000 op zijn buitenlandse bankrekeningen gestort (hierna: de stortingen). In 2014 heeft hij met de Inspecteur een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin onder meer is vastgesteld dat de stortingen “inkomsten uit onderneming zijn”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7775fbd05c638a671eaf1a2cd84283711ea061b260945461ab51d381efd81bc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7775fbd05c638a671eaf1a2cd84283711ea061b260945461ab51d381efd81bc6, en de alinea staat in dat document op bytes 8081 tot 8483.