Citaat | Hoge Raad 16 maart 2018

Onder 3.3 Hoge Raad 16 maart 2018

Een alinea uit Hoge Raad 16 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:364.

Onderdeel 1.2 neemt tot uitgangspunt dat ten tijde van het uitstelverzoek het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven, vierde versie, (Stcrt. 2013, 36146; hierna: Landelijk procesreglement, vierde versie) van toepassing was, en dat ingevolge art. 2.15 daarvan [eiser] c.s. recht hadden op een uitstel van twee weken. Het onderdeel betoogt dat de omstandigheid dat de advocaat van [eiser] c.s. per abuis een beroep heeft gedaan op art. 2.11 van het Landelijk procesreglement, vierde versie, althans een uitstel van zes weken heeft gevraagd, geen grondslag biedt om tot een integrale afwijzing van het verzoek om uitstel over te gaan. Daartoe wordt onder meer het volgende aangevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0561ff0f74d43b55b541a15151d009ca7f346f3dea0f397b6bbba539ba5710c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0561ff0f74d43b55b541a15151d009ca7f346f3dea0f397b6bbba539ba5710c, en de alinea staat in dat document op bytes 11162 tot 11934.