Citaat | Hoge Raad 16 maart 2018

Onder 3.4.2 Hoge Raad 16 maart 2018

Een alinea uit Hoge Raad 16 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:364.

Ten tijde van het door [eiser] c.s. verzochte uitstel voor het nemen van een antwoord-akte – op 29 maart 2016 – was het Landelijk procesreglement, vierde versie, van toepassing. Voor zover in deze zaak van belang, bepaalde art. 2.15 van deze vierde versie dat voor (het antwoord op) een toegelaten memorie of een inhoudelijke akte na tussenarrest of zitting, een termijn van vier weken geldt, en dat een uitstel van twee weken wordt verleend. Voorts bepaalde art. 1.7 van deze vierde versie dat indien een proceshandeling niet is verricht binnen de daarvoor gestelde termijn en van die termijn geen uitstel kan worden verkregen, het recht vervalt die proceshandeling te verrichten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0561ff0f74d43b55b541a15151d009ca7f346f3dea0f397b6bbba539ba5710c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0561ff0f74d43b55b541a15151d009ca7f346f3dea0f397b6bbba539ba5710c, en de alinea staat in dat document op bytes 13236 tot 13934.