Citaat | Hoge Raad 20 maart 2018

Onder 2.2.3. Hoge Raad 20 maart 2018

Een alinea uit Hoge Raad 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:368.

"1. Ten eerste vraag ik om bewijsuitsluiting van de verklaring die mijn cliënt bij de politie heeft afgelegd. Uit het dossier volgt dat mijn cliënt niet is aangehouden. Dat betekent dat mijn cliënt (die zich blijkens het stamproces-verbaal heeft gemeld) zich op basis van een zogeheten ontbieding op het bureau heeft gemeld om te worden gehoord. Uit het dossier kan evenwel niet blijken dat de toen geldende 'Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor' opgenomen verplichting voor de politieambtenaar die een (niet aan te houden) burger ontbiedt om op het politiebureau te komen om aldaar te worden onderworpen aan een verdachtenverhoor die burger erop dient te wijzen dat hij/zij voorafgaand aan dat verhoor eerst langs een advocaat voor advies kan gaan (weliswaar voor eigen rekening) is nageleefd. Op grond van de beginselen van een behoorlijke procesorde diende de hiervoor bedoelde regel als rechtsregel op mijn cliënt te worden toegepast (HR 7 juli 2009, NJ 2010, 130 m.nt. Mevis). Nu niet kan blijken dat aan cliënt de hiervoor bedoelde gelegenheid is geboden, moet het ervoor worden gehouden dat art. 6 EVRM is geschonden, in die zin dat mijn cliënt in strijd met de Aanwijzing niet is gewezen op de mogelijkheid om alvorens zich te melden op het bureau eerst een rondje langs een advocaat voor consultatie kon maken. (...)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32cfad396f07618c8baebf4f433d59494aa5d8843553bbd5eaabbb1c78fea768. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32cfad396f07618c8baebf4f433d59494aa5d8843553bbd5eaabbb1c78fea768, en de alinea staat in dat document op bytes 9716 tot 11064.