Citaat | Hoge Raad 20 maart 2018
Onder 2.2.3. Hoge Raad 20 maart 2018
Een alinea uit Hoge Raad 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:368.
Met andere woorden: de ernst van het verzuim en het belang van de verdachte om te worden gewezen op de mogelijkheden van consultatiebijstand zijn van gelijk gewicht bij de aangehouden verdachte die niet wordt gewezen op zijn recht op consultatie door een advocaat en de niet aangehouden verdachte die bij zijn ontbieding niet wordt gewezen op zijn recht op consultatiebijstand door een advocaat. Ik vraag daarom om bewijsuitsluiting van de verklaring die hij op het politiebureau heeft afgelegd. Bij gebrek aan overig bewijs waaruit het voor medeplichtigheid vereiste opzet kan worden vastgesteld, moet mijn cliënt worden vrijgesproken. Mocht u dit verweer verwerpen en de verklaring voor het bewijs te gebruiken verzoek ik u de zaak aan te houden om te controleren of mijn cliënt destijds conform de
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32cfad396f07618c8baebf4f433d59494aa5d8843553bbd5eaabbb1c78fea768. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32cfad396f07618c8baebf4f433d59494aa5d8843553bbd5eaabbb1c78fea768, en de alinea staat in dat document op bytes 12157 tot 12973.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32cfad396f07618c8baebf4f433d59494aa5d8843553bbd5eaabbb1c78fea768 | shasum -a 256