Citaat | Hoge Raad 20 maart 2018
Onder 2.3.2. Hoge Raad 20 maart 2018
Een alinea uit Hoge Raad 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:368.
Ten slotte wijs ik voor de goede orde nog op het volgende. De richtlijn ziet alleen op het recht van verdachten te worden geïnformeerd over bepaalde rechten. De richtlijn bevat geen regels over de wijze waarop de desbetreffende rechten kunnen worden verwezenlijkt. Uit de rechtspraak van het EHRM (Salduz tegen Turkije, EHRM 27 november 2008, nr. 36391/02, NJ 2009/214) en de daarop gebaseerde rechtspraak van de Hoge Raad (HR 30 juni 2009, LJN BH3079, NJ 2009/349) volgt dat indien een aangehouden verdachte, naar aanleiding van de verstrekte informatie, voorafgaand aan het eerste verhoor een raadsman wenst te consulteren, hij binnen de grenzen van het redelijke hiertoe de gelegenheid moet worden geboden. Op grond van de Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor geldt voorts, kort gezegd, dat in de zwaardere zaken de politie een raadsman voor de verdachte zal oproepen. Voor niet-aangehouden verdachten geldt dat zij op grond van de richtlijn weliswaar moeten worden gewezen op de mogelijkheid de bijstand van een raadsman in te roepen, maar dat voor het realiseren van die bijstand de verdachte zelf verantwoordelijk is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32cfad396f07618c8baebf4f433d59494aa5d8843553bbd5eaabbb1c78fea768. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32cfad396f07618c8baebf4f433d59494aa5d8843553bbd5eaabbb1c78fea768, en de alinea staat in dat document op bytes 23994 tot 25135.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32cfad396f07618c8baebf4f433d59494aa5d8843553bbd5eaabbb1c78fea768 | shasum -a 256