Citaat | Hoge Raad 20 maart 2018

Onder 2.4. Hoge Raad 20 maart 2018

Een alinea uit Hoge Raad 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:368.

Op grond van art. 27c, tweede lid, Sv dient de niet-aangehouden verdachte voorafgaand aan zijn eerste verhoor mededeling te worden gedaan van het, in art. 28, eerste lid, Sv gewaarborgde, recht om zich te doen bijstaan door een raadsman. Indien dat voorschrift niet is nageleefd levert dat in beginsel een vormverzuim op als bedoeld in art. 359a Sv. Met het oog op de verzekering van het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM geldt dat zo een vormverzuim, na een daartoe strekkend verweer, in de regel dient te leiden tot uitsluiting van het bewijs van de ter gelegenheid van het verhoor afgelegde verklaring, tenzij de verdachte door het achterwege blijven van de desbetreffende mededeling niet in zijn verdediging is geschaad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32cfad396f07618c8baebf4f433d59494aa5d8843553bbd5eaabbb1c78fea768. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32cfad396f07618c8baebf4f433d59494aa5d8843553bbd5eaabbb1c78fea768, en de alinea staat in dat document op bytes 25985 tot 26759.