Citaat | Hoge Raad 20 maart 2018
Onder 2.2.2. Hoge Raad 20 maart 2018
Een alinea uit Hoge Raad 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:378.
Op grond van vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat door [B] BV kasbladen zijn vervalst en onjuiste aangiftes zijn gedaan. Door voornoemde handelingen was deze boekhouding geen boekhouding als bedoeld in art 10 lid 1 boek 2 BW. Deze administratie is aan de curator overhandigd en aldaar door de FIOD in beslag genomen. Op grond daarvan acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [B] BV zich naast voornoemde strafbare feiten ook tenminste aan eenvoudige bankbreuk schuldig heeft gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/375e361ef48d88c842dd608e42ec0f426f363d6b9675e888196ba2fa0cfc4e9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 375e361ef48d88c842dd608e42ec0f426f363d6b9675e888196ba2fa0cfc4e9f, en de alinea staat in dat document op bytes 16833 tot 17368.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/375e361ef48d88c842dd608e42ec0f426f363d6b9675e888196ba2fa0cfc4e9f | shasum -a 256