Citaat | Hoge Raad 20 maart 2018

Onder 2.4.2. Hoge Raad 20 maart 2018

Een alinea uit Hoge Raad 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:378.

Voor zover het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat in de blijkens de bewijsvoering als "De criminele organisatie in de tijd van [C] BV" aangeduide, tot de bewezenverklaring behorende, periode de verdachte samen met alleen deze genoemde rechtspersoon deel uitmaakte van een en dezelfde criminele organisatie als bedoeld in art. 140 Sr, is het terecht voorgesteld. Het Hof heeft immers vastgesteld dat de verdachte in de bewuste periode van 10 oktober 2002 tot en met 31 december 2003 zowel de enige bestuurder en aandeelhouder als de enige werknemer van [C] B.V. is geweest, zodat niet valt in te zien dat de verdachte, zoals is bewezen verklaard, deel uitmaakte van een samenwerkingsverband van hem als natuurlijk persoon met de rechtspersoon [C] B.V., met welke hij klaarblijkelijk moet worden vereenzelvigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/375e361ef48d88c842dd608e42ec0f426f363d6b9675e888196ba2fa0cfc4e9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 375e361ef48d88c842dd608e42ec0f426f363d6b9675e888196ba2fa0cfc4e9f, en de alinea staat in dat document op bytes 27239 tot 28072.