Citaat | Hoge Raad 23 maart 2018

Onder 3.3 Hoge Raad 23 maart 2018

Een alinea uit Hoge Raad 23 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:424.

“(I) dienen, mede gelet op het fixatiebeginsel en artikel 249 Fw, vorderingen die zijn ontstaan op of na de dag waarop aan de schuldenaar surseance van betaling is verleend (maar vóór de dag waarop de schuldenaar in staat van faillissement is verklaard) in het faillissement te worden erkend?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/85fbaf24e9d674642fc87558f1d1a918a2cc4548f5e39005325d2139b5d9e0e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 85fbaf24e9d674642fc87558f1d1a918a2cc4548f5e39005325d2139b5d9e0e7, en de alinea staat in dat document op bytes 10336 tot 10645.