Citaat | Hoge Raad 23 maart 2018
Onder 3.11.1 Hoge Raad 23 maart 2018
Een alinea uit Hoge Raad 23 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:424.
Het gaat in deze zaak om een beding in kredietovereenkomsten dat inhoudt dat de schuldeiser (CS) recht heeft op vergoeding van zijn advocaatkosten in het geval van een Event of Default. Het gaat daarmee om een beding dat strekt tot schadevergoeding, zoals hiervoor in 3.8.1-3.8.4 is behandeld, en niet om vorderingen die tijdens het faillissement uit een duurovereenkomst ontstaan (zie hiervoor in 3.7.1-3.7.5). De curator betwist, onder verwijzing naar het fixatiebeginsel, de door CS ter verificatie ingediende vordering ter zake van de advocaatkosten voor zover deze betrekking heeft op kosten die na het intreden van de surseance zijn gemaakt. Over een dergelijk beding wordt nog het volgende overwogen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/85fbaf24e9d674642fc87558f1d1a918a2cc4548f5e39005325d2139b5d9e0e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 85fbaf24e9d674642fc87558f1d1a918a2cc4548f5e39005325d2139b5d9e0e7, en de alinea staat in dat document op bytes 33734 tot 34454.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/85fbaf24e9d674642fc87558f1d1a918a2cc4548f5e39005325d2139b5d9e0e7 | shasum -a 256