Citaat | Hoge Raad 27 maart 2018

Onder 2.4. Hoge Raad 27 maart 2018

Een alinea uit Hoge Raad 27 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:435.

Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. In cassatie kan niet worden onderzocht of de feitenrechter die de verdachte op grond van zijn feitelijke waardering van het bewijsmateriaal heeft vrijgesproken terecht tot dat oordeel is gekomen. De selectie en waardering van het beschikbare materiaal is, binnen de door de wet getrokken grenzen, voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt. De op grond van deze selectie en waardering gegeven beslissing dat vrijspraak moet volgen, welke beslissing - behoudens bijzondere gevallen - geen motivering behoeft, kan in cassatie niet met vrucht worden bestreden. Een nadere motivering van de vrijspraak maakt de gegeven beslissing niet onbegrijpelijk doordat het beschikbare bewijsmateriaal - al dan niet op grond van een andere uitleg van gegevens van feitelijke aard - een andere (bewijs)beslissing toelaat (vgl. HR 4 mei 2004, ECLI:NL: HR:2004:AO5061, NJ 2004/480).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d5c08f26780ecc93cfcf72b02db72f84e28a60d1adfb3478f3d7fd0bf6414b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d5c08f26780ecc93cfcf72b02db72f84e28a60d1adfb3478f3d7fd0bf6414b0, en de alinea staat in dat document op bytes 31613 tot 32577.