Citaat | Hoge Raad 30 maart 2018

Onder 2.2.2. Hoge Raad 30 maart 2018

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:457.

Het Hof heeft deze vraag ontkennend beantwoord. Daartoe heeft het overwogen dat de wetgever heeft beoogd als een specifiek voor een onroerende zaak geldende, bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 18, lid 3, aanhef en letter c, van de Wet WOZ uitsluitend aan te merken een omstandigheid die bepaalde, nauwkeurig aan te wijzen objecten raakt. Volgens het Hof is dat niet het geval voor woningen die weliswaar in een gebied liggen waarin aardbevingen hebben plaatsgevonden en waarin het risico op nadere aardbevingen aanzienlijk is, maar die in het onderhavige tijdvak geen schade hebben opgelopen ten gevolge van de aardbeving. Aangezien de woning als gevolg van de aardbeving geen zichtbare schade heeft opgelopen, is artikel 18, lid 3, aanhef en letter c, van de Wet WOZ niet van toepassing. De waarde van de woning dient daarom te worden bepaald naar de waardepeildatum en naar de toestand per 1 januari 2012, aldus het Hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c51ff0a3428b3b2b63bbd46eb8820d16bf717c0cea12d7b8218d0ffecaa51e28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c51ff0a3428b3b2b63bbd46eb8820d16bf717c0cea12d7b8218d0ffecaa51e28, en de alinea staat in dat document op bytes 8763 tot 9711.