Citaat | Hoge Raad 30 maart 2018

Onder 2.1.3. Hoge Raad 30 maart 2018

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:461.

Belanghebbende heeft op de aangifte over het tweede kwartaal van 2011 onder meer een bedrag aan omzetbelasting voldaan ter zake van de integratielevering. Dit bedrag heeft zij berekend door op het volgens haar op grond van artikel 8, lid 3, van de Wet ter zake van de integratielevering verschuldigde bedrag aan omzetbelasting met toepassing van artikel 15, lid 1, letter c, onder 3°, van de Wet in aftrek te brengen een aan de belaste prestaties van het Ziekenhuis toerekenbaar bedrag aan omzetbelasting. Zij heeft dit bedrag in haar aangifte berekend op 3 percent van het ter zake van de integratielevering verschuldigde bedrag. Het percentage van 3 heeft belanghebbende met toepassing van de methode voorzien in artikel 11, lid 1, letter c, van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 (hierna: de Uitvoeringsbeschikking) gegrond op de verhouding tussen van derden ontvangen vergoedingen voor enerzijds belaste prestaties en anderzijds vrijgestelde prestaties, zonder de vergoeding voor de integratielevering daarbij in aanmerking te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/647dcff0076fe8a0f1288ca21675ef2f1966bfeda990237f1959b66ee0ed86f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 647dcff0076fe8a0f1288ca21675ef2f1966bfeda990237f1959b66ee0ed86f5, en de alinea staat in dat document op bytes 7033 tot 8095.