Citaat | Hoge Raad 30 maart 2018
Onder 2.1.5. Hoge Raad 30 maart 2018
Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:461.
Belanghebbende heeft tegen de naheffingsaanslag bezwaar gemaakt. Daarbij heeft zij onder meer aangevoerd dat zij op grond van artikel 15, lid 1, letter c, onder 3°, van de Wet recht heeft op een hoger bedrag aan aftrek dan het bedrag dat zij bij haar aangifte in aanmerking had genomen. In dat verband heeft zij aangevoerd dat zij met de toepassing van de in artikel 11, lid 1, letter c, van de Uitvoeringsbeschikking voorziene methode (hierna: de pro-ratamethode) recht heeft op aftrek van 51 percent van de ter zake van de integratielevering verschuldigde omzetbelasting. Volgens belanghebbende moet de ter zake van de integratielevering in aanmerking te nemen vergoeding op grond van die bepaling worden opgenomen in de teller en de noemer van de pro-ratabreuk. Dat is de breuk aan de hand waarvan - op basis van, kort gezegd, omzetverhoudingen - de aftrek wordt berekend van omzetbelasting die toerekenbaar is aan goederen en diensten die zowel voor belaste als vrijgestelde prestaties worden gebruikt (hierna ook: gemengd gebruikte goederen en diensten).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/647dcff0076fe8a0f1288ca21675ef2f1966bfeda990237f1959b66ee0ed86f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 647dcff0076fe8a0f1288ca21675ef2f1966bfeda990237f1959b66ee0ed86f5, en de alinea staat in dat document op bytes 8532 tot 9605.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/647dcff0076fe8a0f1288ca21675ef2f1966bfeda990237f1959b66ee0ed86f5 | shasum -a 256